Haal ik het, of haal ik het niet? Deze gedacht heeft me in zijn greep. Ik bedenk me hoe gemakzuchtig ik vaak ben. Het maakt me nerveus. De rode cijfers spoken door mijn hoofd. Zou ik het ook anders kunnen doen? Uitstellen is nu geen optie meer. Ik tel de weken, maanden af in mijn agenda. Hoewel ik tijd blijf rekken, wil ik het zo graag. Het is zover, nu moet het gebeuren. Vanaf nu is het alles of niets. Het maakt me bang, maar ook nieuwsgierig naar wat komen gaat. Een doordringend geluid, steeds harder en harder. De wekker. Ik laat mijn deken op de grond vallen. Stap met mijn voeten op de koude vloer. Het cruciale moment is aangebroken. Het liefst doe ik alles met jou, maar dit moet ik alleen doen.
4 uur ’s middags. Ik kom uit school, moe van alle saaie lessen. Ik doe de deur open, en zet mijn zware tas neer. Ik schenk wat drinken in, en bedenk me wat ik eigenlijk allemaal zou moeten doen vandaag. Maar liever denk ik aan die fijne, warme plek. De zachte dekens waar ik me in op kan rollen. De zachte kussens waarop mijn hoofd rust. Maar er wacht iets anders op mij. Bergen werk. Een hond die graag naar buiten wil, en vrolijk voor mij staat te kwispelen. Ik wil het niet. Mijn hersenen stromen over, het is allemaal zo veel. 6 uur. Het eten wacht, ik strompel naar beneden. 7 uur. Heel eventjes tv kijken. Dan kijkt mijn laptop me verleidelijk aan. Een klein moment denk ik aan mijn huiswerk, maar toch ga ik zitten. Na een aantal uur vallen mijn ogen dicht van het staren naar mijn beeldscherm. Ik voel me schuldig, schuldig om alles wat ik mezelf wijsmaak, maar niet realiseer. Mijn hoofd wil niet meer, mijn lichaam werkt me tegen en uiteindelijk beland ik in mijn bed. Ik leg mijn hoofd neer, en laat mijn gedachten los. Ik woel nog een tijdje. Het idee dat ik nog zolang kan blijven liggen. Het besef dat ik nergens over hoef na te denken. Mijn hersenen kunnen voor eventjes uit. Kon dat maar wat vaker. Even alles uitschakelen.